This is Liliane Waanders's Typepad Profile.
Join Typepad and start following Liliane Waanders's activity
Join Now!
Already a member? Sign In
Liliane Waanders
Recent Activity
Ik heb me dus toch niet verlezen. Mohamed Choukri rekent in 'In Tangier' genadeloos af met de man aan wie hij veel te danken heeft. Wat niet wil zeggen dat wat hij over Paul Bowles beweert allemaal onwaar is. Dat Choukri’s boek over Bowles anders is dan de twee over Jean Genet en Tennessee Williams, wordt door de recensent ook gesignaleerd. Pareltjes, worden 'Jean Genet in Tangier' en 'Tennessee Williams in Tangier' genoemd. Dat ze deels glanzen omdat het vooral ook onthullende zelfportretten zijn - al zal Choukri dat niet zo bedoeld hebben - lees ik dan weer niet. Tennessee Williams voorzag het aan hem gewijde boek overigens van een kort naschrift. Ik proef hier toch enige (milde) ironie: ‘It is an adventure full of surprises to find yourself observed in print by another writer, especially one of such an alien culture as the Moroccan Mohamed Choukri’s. There have been past instances when the surprises were brutal. I am grateful to both Mohamed and his translator-editor Paul Bowles that in this instance the tone is gently humorous and discreet with a reticent sympathy implicit.’
Het was niet mijn bedoeling om met mijn stukje de integriteit van Judith Koelemeijer in twijfel trekken. Haar eerste twee boeken heb ik gelezen, en ik vind dat ze in ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ en ‘Anna Boom’ in slaagt om op tal van punten het evenwicht te bewaren en afgewogen keuzes te maken. Dezelfde zorgvuldigheid las ik in het interview in haar zorg om de tekst op de achterflap van het boek. Juist om effectbejag te voorkomen en de waarheid geen geweld aan te doen. Het is waar dat ik ‘Hemelvaart’ nog niet gelezen heb, maar ik weet niet of het in dit geval van belang is. Flapteksten zijn bedoeld om lezers te werven en dat doen ze door verwachtingen te wekken. ‘Ze keren terug met z’n vijven en een doodskist’ is een sterk beeld, maar wel een beeld dat voor meer dan één interpretatie vatbaar blijkt. Schrijnender vind ik het dat ze juist niet de hele thuisreis op die manier konden maken. Dat ze na alles wat er al gebeurd was, hun overleden vriendin in Griekenland moesten achterlaten.
Dat deed Liliane zelf.
Ik heb bij het schrijven van mijn recensie een greep gedaan uit mijn verzameling vertalingen. Er zijn er inderdaad meer (en ik heb ze niet allemaal, die van Willy Courteaux wel overigens) (met dank aan Robert H. Leek en Jan Jonk): Mevrouw M.G. de Cambon-van der Werken (1777); anoniem (1778; Ambrosius Justus Zubli (1786); Johannes Kinker (1787); Laurent Philippe Charles van den Bergh (1805-1807); P. Ph. Roorda van Eysinga (1836); Abraham Seyne Kok (1860 en 1873); L.A.J. Burgersdijk (1886); Jac. van Looy (1907); B.A.P. van Dam (1924); J. Decroos (1936); Nico van Suchtelen (1947); Bert Voeten (1958); Bertus Aafjes (1954); Willy Courteaux (1958); Cees Buddingh’ (1963);Hugo Claus (1982); Gerrit Komrij (1986); Johan Boonen (1991); Frank Albers (1998); Erik Bindervoets & Robbert-Jan Henkes (2000); Jack Nieborg (2011) en Peter Verstegen (2013). Of deze opsomming volledig is, durf ik niet te garanderen.
Ik noemde een boel namen, maar niet die van Jelle Brandt Corstius. Dat is een omissie mijnerzijds. Niet alleen was Jelle Brandt Corstius als programmamaker aanwezig op 'VPRO neemt je mee', de manifestatie die mij tot speculeren aanzette, en reikte hij er 'De VPRO Bagagedrager' uit. Hij reist en schrijft ook tot volle tevredenheid van velen. Ik zag hem over het hoofd. Vandaag maakte de CPNB bekend dat Jelle Brandt Corstius het Boekenweekessay 2014 schrijft. Jelle Brandt Corstius zei vandaag bij Knevel & Van den Brink dat zijn essay waarschijnlijk geen essay zal worden omdat hij geen essayist is. Hij liet bovendien de mogelijkheid open dat hij voor deze gelegenheid slechts in zijn hoofd reist.
Naschrift: Vandaag – maandag 17 juni - was ik weer in de Achterhoek. Daar las ik in De Stentor van vandaag Paolo Laconi’s verslag van de signeersessie - zaterdag 15 juni - van Bert Wagendorp bij boekhandel Van Someren & Ten Bosch in Zutphen. Dit zijn de laatste twee alinea’s van dat stuk: Oorspronkelijk noemde Wagendorp Zutphen in zijn boek kortweg Z. ‘Uiteindelijk vond ik dat flauwekul, te kinderachtig en besloot de naam voluit te schrijven.’ Dat besluit zou wel eens goed uit kunnen pakken voor de citymarketing van Zutphen. Ventoux is in Nederland al een bestseller en wordt verfilmd. Het ligt voor de hand dat Zutphen ook in de film het decor vormt. Wagendorp, met een knipoog: ‘Ik hoop dat Ventoux een internationale bestseller wordt en dat er daardoor hordes mensen naar Zutphen komen. Zo profiteert dit mooie stadje er ook nog wat van.
De fout is hersteld. Het had moeten zijn: 'Het tweede doet voelen dat ook het verdragen van getreiter grenzen kent.' Dank voor het zorgvuldig lezen. Wat betreft het filmpje: ook ik vond geen geluid, en heb de conclusie getrokken dat dat wellicht de bedoeling van de maker is. Ik zal zoeken naar geschikter beeldmateriaal.
Ik weet niet of een roman per se verontrustend hoort te zijn. Dat ligt aan het soort verhaal dat verteld wordt. Maar voor een roman die iets wil zeggen over grote thema’s – zoals identiteit, illegaliteit, multiculturaliteit – geldt dat wat mij betreft wel. In ‘La Superba’ lijkt Ilja Leonard Pfeijffer het aanvankelijk vooral te hebben over zijn eigen zwerftochten door Genua en wordt de schijn opgehouden dat Ilja Leonard(o) er behoorlijk in slaagt in te burgeren. Het schrijvende bestaan maakt hem tot op zekere hoogte onaantastbaar. Maar naarmate de roman vordert wordt pijnlijk duidelijk hoe hij niet meer is dan de eerste onder zijn gelijken en die gelijken zijn en blijven – ondanks hun capaciteiten en inspanningen, en de bereidheid zich aan te passen - afhankelijk van de welwillendheid van mensen die zich superieur mogen voelen omdat ze geboren en getogen zijn op een plek die voor anderen toevluchtsoord of tussentijds thuis is. En dan heb ik het nog niet over de stijl van Pfeijffer, waarmee hij nu eens de ernst van de zaak verbergt en dan weer provocerend en direct is. Verontrustend is dus een compliment.
Terecht tikte A. F. Th. van der Heijden in ‘College Tour’ Joost Zwagerman op de vingers, eenmaal geconfronteerd met de manier waarop Zwagerman zich bij ‘De wereld draait door’ zijn status van kroonprins liet aanleunen. Ik bedoelde echter een ander soort niet chique. Ik zie de nieuwswaarde/ journalistieke noodzaak van de vraag ‘wie ziet u als uw kroonprins?’ niet in een gesprek met een schrijver die om hem heel moverende redenen drie jaar niet in het openbaar verschenen om vragen te beantwoorden. In het gesprek lag de nadruk op een heel ander onderwerp en kwam het schrijverschap van Van der Heijden nadrukkelijk wel, maar de literatuur en het literaire bedrijf maar zijdelings ter sprake. Dus om dan meteen weer terug te grijpen op oude vetes…
Over de totstandkoming van ‘De visser van Ma Yuan’ zei Lucebert in 1980 het volgende tegen Jan Brokken: ‘Het is zelden voorgekomen dat ik een gedicht in einem Guss op papier heb gekregen, zeker niet wanneer het een langer gedicht was. Een kort versje als ‘Visser van ma yuan’ (dat bovendien geïnspireerd was door een schilderij) is in één worp neergeschreven, dat had ik mijn hoofd en dat was breinmatig te verhapstukken. Ik had de cadans en de melodie in mijn hoofd en toen kwamen na een tijdje de woorden vanzelf. Maar bij een lang gedicht kon ik er dagen en ook wel weken op zitten zweten. Het was een heidens werk met steeds weer mislukkingen.’ Meer over de ontstaansgeschiedenis en de interpretatie van het gedicht is hier http://www.dbnl.org/tekst/_han001200001_01/_han001200001_01_0018.php te lezen. Het schilderij van Ma Yuan waarop Lucebert zijn tekst baseerde heb ik in de tekst toegevoegd.
Martinus Nijhoff vertaalde 'L'Histoire du Soldat' in 1930, Judith Herzberg drie jaar geleden. Maar over die beide vertalingen gaat die stuk niet.
Arnon Grunberg zegt nergens dat Jezus een zelfmoordterrorist is, en ik leg hem die woorden niet in de mond. Hij stelt slechts dat als er zonder lijden geen verlossing mogelijk is zelfmoordterroristen zich op datzelfde principe beroepen. Ik geloof niet dat ik mij verbaas over Pilatus. Als ik mij al verbaas, dan over het feit dat ook toen het volk zich al te makkelijk door sentimenten liet leiden. Maar verbazen is denk ik niet het juiste woord.
En de grote winnaar is, zoals verwacht, E.L. James. Met Vijftig tinten grijs won ze platina, voor Vijftig tinten donkerder en Vijftig tinten vrij kreeg ze twee keer goud. Dat er van Vijftig tinten grijs 664.557 exemplaren verkocht zijn en van Vijftig tinten donkerder en Vijftig tinten vrij respectievelijk maar 381.361 en 323.711, betekent dat bijna de helft van de kopers/lezers het na of tijdens dat eerste deel voor gezien houdt. Of dat is omdat hun nieuwsgierigheid voldoende bevredigd is of dat zij de daad bij het woord zijn gaan voegen, dat zeggen de cijfers dan weer niet.
Dat er van Vijftig tinten grijs 664.557 exemplaren verkocht zijn en van Vijftig tinten donkerder en Vijftig tinten vrij respectievelijk maar 381.361 en 323.711, betekent dat bijna de helft van de kopers/lezers het na of tijdens dat eerste deel voor gezien houdt. Of dat is omdat hun nieuwsgierigheid voldoende bevredigd is of dat zij de daad bij het woord zijn gaan voegen, dat zeggen de cijfers dan weer niet.
De vragen die ik in ‘Vielen ze maar op’ stel, hebben heel specifiek betrekking op het uitgeven van prozadebuten – roman en verhalenbundels. Ik ben oprecht benieuwd wat de afwegingen zijn die uitgevers maken, zowel de commerciële als de artistieke. Wie a zegt moet ook in dit geval b zeggen, dus ik ga een poging wagen om antwoorden te verzamelen en zal daarbij niet volstrekt willekeurig te werk gaan, maar kan ook geen volledige representativiteit garanderen. Ik doe op enig moment verslag.
Liliane Waanders is now following The Typepad Team
Dec 3, 2012